Een nabewerking beschermt het onderdeel, geeft het kleur of verbetert de slijtvastheid. Maar elke laag heeft invloed op de maatvoering. Wie dat vooraf meeneemt, voorkomt passingsproblemen achteraf.
Het verschil tussen anodiseren en coaten
Anodiseren is een elektrochemisch proces waarbij de buitenkant van het aluminium wordt omgezet in een harde oxidelaag. Die laag is geen toevoeging maar een omzetting van het materiaal zelf, waardoor hij niet kan afbladderen. Anodiseren werkt alleen op aluminium en bepaalde legeringen lenen zich er beter voor dan andere.
Coaten is het aanbrengen van een laag op het oppervlak, bijvoorbeeld poedercoaten of natlakken. De laag wordt toegevoegd en hecht op het materiaal. Coaten kan op vrijwel elk materiaal en biedt een vrije kleurkeuze, maar voegt meer dikte toe dan een standaard anodiselaag.
Praktische toepassing binnen CNC-verspaning
- Standaard anodiseren. Een dunne, harde oxidelaag voor corrosiebescherming en een nette uitstraling. Kan gekleurd worden.
- Hard anodiseren. Een dikkere, extra slijtvaste laag voor functionele delen die schuren of slijten. Groeit verder in en uit het materiaal dan standaard anodiseren.
- Vrije kleurkeuze en geschikt voor veel materialen. Houd rekening met een grotere laagdikte op het onderdeel.
- Maskeren waar nodig. Passingen, schroefdraad en contactvlakken die maatkritisch zijn, worden afgeplakt of vrijgehouden zodat de laag de maat niet verstoort.
Tabel: invloed op maatvoering (indicatie)
| Bewerking | Laagdikte (indicatie) | Effect op maat |
| Standaard anodiseren | 5 tot 25 µm | Groeit deels in, deels uit |
| Hard anodiseren | 25 tot 100 µm | Duidelijk effect op nauwe passingen |
| Poedercoaten | 60 tot 120 µm | Toevoeging op het oppervlak |
Bij anodiseren groeit de laag deels naar binnen en deels naar buiten ten opzichte van het oorspronkelijke oppervlak. Voor nauwe passingen is dat relevant: de maat verandert en moet vooraf worden ingecalculeerd of door maskeren worden vrijgehouden.
Veelgemaakte fouten
- Een nauwe passing tekenen op een vlak dat daarna geanodiseerd of gecoat wordt, zonder de laagdikte mee te rekenen.
- Anodiseren voorschrijven op een legering die ongelijkmatig of dof anodiseert.
- Schroefdraad meecoaten, waardoor hij niet meer past of klemt.
- Kleur en glans als vanzelfsprekend nemen, terwijl die per legering en proces verschillen.
Impact op productie en kosten
Een nabewerking bepaalt mede de levensduur en uitstraling van het onderdeel, maar voegt een processtap en daarmee doorlooptijd toe. De grootste verborgen kostenpost is maatafwijking: een passing die na het anodiseren of coaten niet meer klopt, betekent afkeur of herstel. Door laagdikte en maskering vooraf mee te nemen in het ontwerp, komt het onderdeel ready for install van de lijn. Wij regisseren de nabewerking binnen ons netwerk en bewaken die maatvoering.
Gerelateerde artikelen
- Aluminium voor CNC-verspaning: legeringen, eigenschappen en toepassingen
- RVS verspanen: 303, 304 en 316 en hun gedrag tijdens bewerking
- Tolerantiekeuze: waarom elke micron geld kost
Laat ons meekijken
Heeft je onderdeel een nabewerking nodig en wil je passingsproblemen voorkomen? Deel je tekening met ons. Wij nemen de laagdikte mee in het traject en leveren het onderdeel zuiver en montageklaar.
Zorgvuldig en Zuiver.